Geplaatst op
De tuinbouwsector zoekt al jaren naar alternatieven voor veen. Veenwinning staat onder druk door Europese natuurregels en de hoge CO2-uitstoot bij ontginning. Houtvezel ontwikkelt zich tot een serieus alternatief, met name in de glastuinbouw, boomkwekerij en potgrondproductie. De vezel wordt gemaakt van vers naaldhout en biedt eigenschappen die telers steeds vaker als gelijkwaardig of beter ervaren dan klassieke veensubstraten. Ook kostenontwikkeling en leveringszekerheid spelen mee in deze omschakeling.
Waarom telers afstappen van veen
Veen is decennialang het standaardsubstraat geweest vanwege de hoge waterbufferende capaciteit en de stabiele structuur. Maar Nederlandse en Duitse afnemers stellen toenemende eisen aan duurzame teelt, en supermarktketens vragen om gecertificeerde veenvrije of veenarme productie. Daarbij komen logistieke risico’s: het meeste tuinbouwveen wordt geïmporteerd uit de Baltische staten, en die toevoer staat onder spanning. Diverse retailers in West-Europa hebben al concrete deadlines aangekondigd waarbij veenvrije teelt verplicht wordt voor leveranciers. Telers die nu overstappen, voorkomen problemen met certificering en aanvoer in de komende jaren.
Eigenschappen die telers waarderen
Bij gecontroleerde droging behoudt houtvezel een open, luchtige structuur die wortelgroei stimuleert en wateroverlast voorkomt. De vezel houdt vocht vast zonder te verdichten, wat vooral belangrijk is bij langdurige teelten. Een aandachtspunt is stikstofbinding: tijdens de afbraak gebruiken bacteriën stikstof, waardoor bemesting moet worden aangepast. Een goede leverancier voegt compensatiestikstof toe of geeft duidelijke bemestingsadviezen mee bij iedere partij. De pH ligt doorgaans rond 5,5, wat aansluit bij de teelt van bessen, fruitbomen en sierheesters.
Toepassingen in glastuinbouw en boomkwekerij
In de glastuinbouw wordt het substraat vooral toegepast bij de teelt van zacht fruit, zoals aardbeien en frambozen. De vezel wordt geperst tot teeltmatten of losse substraten en gecombineerd met kokos of perliet. Boomkwekers gebruiken het in containermengsels voor potkluiten, waar het naast goede luchtwisseling ook gewicht bespaart bij transport. Een ander groeisegment is de productie van kruiden en kasgroenten, waar telers de stabielere structuur waarderen tijdens lange teeltcycli. Ook in potplantenteelt wordt steeds vaker een aandeel vezel toegevoegd om het mengsel luchtiger te maken.
Levering en kwaliteitsborging
Voor een betrouwbaar resultaat is de herkomst van het materiaal doorslaggevend. De vezel mag geen schimmelsporen, schorsresten of chemische restanten bevatten. Producenten als de lange bv verwerken gecontroleerde naaldhoutstromen en zeven het materiaal in vaste fracties. Het droogproces gebeurt onder gecontroleerde temperatuur, zodat de cellulosestructuur intact blijft. Voor grote afnemers wordt het substraat los geleverd in vrachtwagens of in bigbags van duizend liter, afhankelijk van de logistieke voorkeur van de teler. Steekproeven op vochtgehalte en deeltjesverdeling horen bij iedere partij die de fabriek verlaat.
Combinatie met andere substraten
Pure vezel wordt zelden alleen gebruikt. Telers mengen het meestal met kokos, lavakorrels of perliet om de juiste water-luchtverhouding te bereiken. Voor aardbeien is een mix van 40 procent vezel, 40 procent kokos en 20 procent perliet een gangbare basis. Bij boomteelt wordt vaak een lavamix toegevoegd voor extra gewicht en mineralen. De juiste verhouding hangt af van het gewas, de potgrootte en het bewateringssysteem. Telers die overstappen, beginnen vaak met een proefblok van enkele honderden planten voordat het volledige areaal wordt omgezet. Praktijkproeven duren meestal één teeltseizoen, waarna bemestingsschema’s definitief worden vastgesteld.